 |

|  |
www.tourgids.com
Plaats deze pagina bij uw favorieten De beste tour informatie
Surinaams Geld
Suriname heeft als betaalmiddel de Surinaamse Dollar (SRD).
1 SRD = 100 srd cent.
| | Koers vandaag:
|
De SRD is gekoppeld aan de US Dollar, (1 US $ is vast SRD 2,71) waardoor het voor u nog aantrekkelijker wordt, om een vakantie in Suriname door te brengen. Een lage US dollar koers betekent dus meer SRD's voor elke Euro.
Pinnen
U kunt in Suriname met uw Nederlandse pinpas bij de ATM automaten (Surinaamse versie van de flappentapper) gewoon geld opnemen. Dit werkt precies hetzelfde alsof u in Nederland pint. U krijgt ook Euro's
Bij de ATM's van de De Surinaamse Bank is het nu ook mogelijk om SRD dollars op te nemen in plaats van euro's. Deze geldautomaten zijn te herkennnen aan Maestro-logo.
U ziet thuis op uw afrekening het afgeschreven bedrag met de op dat moment geldende koers en transactie kosten, die per bank wel verschillend kunnen zijn.
U kunt ook bij de cambio op de hoek bij 't VAT geld pinnen. U kunt de Euro’s dan ter plekke omwisselen. Kosten voor het pinnen bij deze Cambio zijn 2 euro bij opname onder de 60 euro en 3 euro bij opname boven de 60 euro.
Credit cards en Traveler Cheques
Bij de grote banken en grotere hotels kunt u met deze betaalvormen terecht.
Contant geld
U kunt uw Euro's of US dollars bij alle banken, of bij de wettelijk geregistreerde Cambios in wisselen. De inwisselkoers kan per instantie verschillen. Kijk en informeer dus eerst naar de op dat moment geldende koersen en vergelijk.
Wissel a.u.b. uw geld niet in bij vreemde personen of op straat. Er lopen grappenmakers tussen, die u kunnen oplichten. Bovendien is het strafbaar.
Voorbeeld SRD bankbiljetten
Wij kennen de volgende SRD coupures (bankbiljetten):
$ 5,- $ 10,- $ 20,- $ 50,- en $ 100,-
Voorbeeld SRD Munten
Geschiedenis van het Surinaamse geld
Men onderscheidt in de veelbewogen geschiedenis van het surinaamse geldwezen 5 grote perioden. Kortweg
heten deze:
1. De periode van het suikergeld - (1667-1761)
2. De periode van het kaartengeld - (1761-1828)
3. Ordening van het Surinaamse geldwezen en aansluiting bij het nederlandse geldwezen - (1828-1940)
4. De periode van het eigen surinaamse geldwezen - (1940 tot 2004)
5. De huidige periode na de revolutie -(2004)
1. Het suikergeld - (1667-1761)
De schaarste van gemunt geld bracht
de surinaamse ingezetenen tot het gebruik van een ander betaalmiddel, te weten ruwe suiker, het voornaamste
uitvoer-produkt des lands. Geldelijke verplichtingen van alle denkbare soort, bijvoorbeeld smartegeld en vergoeding voor trouwen en begraven, werden uitgedrukt en betaald in ponden suiker.
Daarbij werd de waarde van het pond suiker door het Bestuur der kolonie aanvankelijk op twee stuiver gesteld (1669), later op één stuiver (1679).
Behalve met suiker behielp men zich voor grote betalingen ook met wisselbrieven, getrokken op handeIs- en bankershuizen te Amsterdam, als betaalmiddel door ze in blanco te endosseren.
2. Het kaartengeld - (1761-1828)
Het nieuwe betaalmiddel was een soort
muntpapier, het later beruchte kaartengeld. Het werd vervaardigd van papier en in de loop der jaren is het
uiterlijk ervan, bepaald door stempel met zegel of wapen en de handtekening, vaak veranderd. Het
werd uitgegeven in coupures van f 1 ,-, f 2,50 en f 10,-, later ook in stukken van f 0,50, f 5,- en f 100,-. Op de
weinige bewaarde stukken vindt men lang niet altijd de waarde-aanduiding. De wettelijke koers van dit geld was
f 3,- surinaams courant per f 2,50 Nederlands.
3. Ordening van het surinaams geldwezen.
Aansluiting bij het nederlandse
geldwezen - (1828-1940) De nederlandse regering voorzag in 1826-1828 Suriname van f 400.000.-
aan zilveren en koperen munten en voor f 2 miljoen aan bankbiljetten, uitgegeven door de belgische
circulatiebank de' Algemene Maatschappij ter begunstiging van de volksvlijt' (thans bekend als de 'Société
Générale de Belgique' te Brussel). Deze instelling verleende daartoe een krediet van f 2,4 miljoen aan de
kolonie tegen 5% rente. De Nederlandsche Bank voelde niets voor de uitgifte van haar biljetten in
Suriname.
Het overbrengen van de grote hoeveelheid munten betekende een begin van de verbetering der
muntcirculatie en de schaarste aan pasmunt verdween geleidelijk na enige tientallen jaren. Met de voorziening van
papiergeld, vooral de grote coupures, bleef het voorlopig sukkelen. De biljetten der Algemene Maatschappij
verdwenen namelijk weer spoedig naar het moederland of in de oude kous.
Op voorstel van Commissaris-Generaal J. van den Bosch -de later bekende Gouverneur-Generaal van Nederlands
Oost-Indië- , die in 1827-1828 de Westindische koloniën bezocht om daar orde op zaken te stellen, werd in
1829 de Particuliere West-Indische Bank opgericht.
4. Invoering van een eigen surinaams geldwezen - (1940 tot 2004)
Na 1940 loopt de geschiedenis van het surinaamse en het nederlandse geldwezen weer uiteen, omdat Nederland in 1940 werd bezet door de Duitsers.
De nederlandse gulden werd
driemaal gedevalueerd, in 1943, 1945
en 1949, en eenmaal gerevalueerd, in
1961, terwijl de surinaamse gulden zijn
officiële pariteit ten opzichte van de
V.S.-dollar van Sf 1 ,90 per dollar
sedert 1940 onveranderd heeft
gehandhaafd.
Nederland kreeg na 1940 tweemaal
ander soorten pasmunt, eerst zinken
munten in de oorlog, na 1945 nikkelen
en bronzen munten en later weer
zilveren guldens en rijksdaalders. Het
uiterlijk van al deze munten verschilde
van dat van de vooroorlogse
geldstukken.
Bron en © ANDA Suriname
naar boven
|
|  |