Sun and Forest Tours

suriname tours toerist

suriname tour gids toerist

suriname tours toerist

www.tourgids.com
  Plaats deze pagina bij uw favorieten
De beste tour informatie

Districten tour

Om 09.00 uur vertrekken we vanaf ons kantoor bij ’t Vat. Iets ten westen van Paramaribo begint het district Saramacca.



We stoppen in het plaatsje Groningen, hier is het monument ter nagedachtenis aan de bewoners van de gelijknamige Nederlandse provincie die hier anderhalve eeuw geleden arriveerden.

Nadat we de indrukwekkende brug over de Coppenamerivier zijn overgestoken, zijn we in het district Coronie aangekomen.

Hier waren het vooral de Engelsen en Schotten die de eerste plantages aanlegden; u treft er namen als Burnside, Friendship en Mary’s Hope. Het landschap wordt bepaald door wuivende palmbomen en fraaie houten gebouwen als oude koloniale huizen en kerkjes.

Typische zaken die u in Coronie kunt kopen zijn honing en kokosolie. De laatste belangrijke plaats die wij bezoeken is Wageningen, het centrum van de Surinaamse rijstteelt. Om 18.00 uur zijn we weer terug in Paramaribo.

suriname tours toerist Ik wil deze tour nu reserveren




suriname tours toerist

suriname tours toerist Ik heb een vraag

suriname tours toerist Ik wil deze tour





Tour gegevens:

Districten tour


Duur  1 dag

Tijden

Vertrek: 09:00 uur
Terug:   18.00 uur


Inbegrepen

  • Transport
  • Lunch, fruit en snacks
  • Niet alcoholische dranken
  • Nederlands- en Engelssprekende tourgids / begeleider

Prijs

€ 65.00  per persoon



suriname tours toerist

© Sun & Forest Tours


Groningen

Groningen is nog steeds een pittoresk dorpje, waar het distriktscommissariaat is gevestigd, met afdelingen van diverse departementen en een postkantoor. Het is ook de zetel van een arts en de gewestelijke politiecommandant. Er is een modern medisch laboratorium, een geschenk van de Boeren aan de gemeenschap in 1995, ter gelegenheid van de herdenking van het feit dat hun voorouders 150 jaar geleden naar Suriname kwamen.

Aan dit feit herinneren ook nog een monument en een gedenkboom op het pleintje voor het commissariaat. Op dit pleintje staan er ook monumenten ter gelegenheid van de onafhankelijkheid (1975), het eeuwfeest van de BritsIndische immigratie (1973), de eerste jaardag van de revolutie (1981), gedenkbomen als herinnering aan de geboorte van de prinsessen van Oranje-Nassau en een gedenkboom ter gelegenheid van het eeuwfeest van de emancipatie.

Boeren (ook wel: Boeroes), de afstammelingen van Nederlandse boeren die in de jaren veertig van de 19de eeuw een poging tot landbouwkolonisatie in Suriname hebben gedaan. Deze vloeide voort uit een herleving van het in de 17de eeuw bestaande idee van een 'volksplanting', een streven het dreigend tekort aan arbeidskrachten (ontstaan door stopzetting van de slavenhandel) te keren door immigratie uit het moederland en daardoor tevens het Europees karakter der gemeenschap te versterken.

De drang tot grotere immigratie uit het moederland vond in Nederland weerklank. Aan drie dorpspredikanten die in 1841 koning Willem II een ontwerp toezonden van `vrije' kolonisatie, werd de gevraagde opdracht verleend. Een van hen begaf zich in 1843, vergezeld door enkele goede landbouwers, naar Suriname.

De keuze viel op een terrein aan de benedenloop van de Saramacca, waar nu Groningen ligt, hoewel dit van medische zijde om gezondheidsredenen direct werd afgeraden. Nadat de predikant zelf al aan de uitvoerbaarheid van het plan was gaan twijfelen en naar Nederland was teruggeroepen, kwam in juni 1845 het eerste schip met 17 gezinnen (104 personen) in Suriname aan.

Behoorlijke voorbereiding bleek achterwege gebleven: er waren te weinig woningen gereed en dan nog op moerassige grond, bouwgronden waren niet in gereedheid gebracht, gereedschappen, vee, levensmiddelen, behoorlijk drinkwater waren niet in voldoende mate aanwezig. De spoedig daarna aankomende groep van 12 gezinnen kon kiezen tussen de nog niet betrokken slechtste woningen en slechte behuizing in een kazerne. Hierop volgde een catastrofe als gevolg van het uitbreken van een epidemie, die vele slachtoffers maakte.

In 1853 werd de `Proef' als mislukt opgegeven; er waren toen uit Nederland 398 kolonisten aangekomen en 74 kinderen in Suriname geboren, terwijl daar 249 personen overleden.

Het aantal levenden bedroeg dan ook per 31 mei 1853: 223 personen. Hiervan werden 41 personen (wezen, ouden van dagen) gerepatrieerd, terwijl de kleine staf gedeeltelijk elders door het gouvernement werd te werk gesteld dan wel eveneens naar Nederland terugkeerde, zodat ten slotte 167 kolonisten in Suriname achterbleven, waarbij nog een Europeaan, gehuwd met een der vrouwelijke kolonisten, is te rekenen. Van deze 167 kolonisten waren 125 uit Nederland afkomstig, terwijl 42 van hen na juni 1845 in Suriname zijn geboren.

Deze groep van 168 personen, waarvan een aantal al eerder uit Groningen was vertrokken, vormen de stamouders van de groep, thans in Suriname bekend als de Boeroes.

Het distrikt Coronie

Het distrikt Coronie werd als zelfstandig distrikt ingesteld in 1851. Het dankt zijn naam aan de Coronakreek, waar in het verleden een militaire post was gevestigd. De eerste plantages werden in dit gebied aangelegd in 1808 door Engelse en Schotse kolonisten en de namen van de plaatsen in het huidige Coronie herinneren nog aan de herkomst van die oudste plantage-eigenaars. De oudste plantage is Burnside.

De huidige nederzettingen in Coronie die aan de rijweg liggen zijn alle oude plantages. Voor een deel zijn ze helemaal verdwenen, maar voor de volledigheid noemen we allemaal die vroeger hebben bestaan, van Oost naar West. (Ingiekondre), Inverness, Hamilton (EBG kerk en school), Welgelegen (R.K kerkje), Hague, Moy, Perseverance, Cardross Park, Bellevue, Mary's Hope (R.K. kerk en school), Totness (de oudste vestigingsplaats in Suriname), Friendship (hier is het distriktsbestuur gevestigd), Corona (vroeger een militaire post), Bantaskine, John, Belladrum, Johanna Maria, Novar, Clyde (de zendingspost Salem van de EBG met school), Sarah Leasowes (vroeger een bloeiende kokosplantage van de Hernhutters, met een fabriek voor de bereiding van kokosolie), Burnside (de oudste plantage van Coronie en momenteel het meest westelijke bewoonde plaatsje), Lot no. 208, Hope, Oxford, Potosie, Bucklebury, Waltonhall.



Totness

In 1862 wordt de plantage Totness ingericht als gouvernementsvestigingplaats. Gouverneur Van Sypesteyn richtte te Totness de eerste z.g. "vestigingsplaats" voor kleinlandbouwers in, waar de ex-slaven onder goede voorwaarden eigen grond konden verkrijgen.

Van Sypesteyn's gedachte was de ex-slavenbevolking economische zekerheid te bieden in de kleinlandbouw, en zo te voorkomen dat de zij massaal naar de stad zouden trekken. De plantagegrond van Totness werd verkaveld in kleinlandbouwarealen. Voor zover nog niet aanwezig, werden een aantal voorzieningen aangelegd: een markt (te Totness) en een ambtelijk centrum (het districtcommissariaat te Friendship).

Opvallend in Coronie is het relatief groot aantal Chinese namen van de bewoners. De oorzaak hiervan is terug te voeren tot 1858, toen een groep van 25 chinese immigranten (eerste chinese immigranten in Suriname) naar Coronie werd gezonden om het Totness kanaal uit te graven. Zij bleven er voor het merendeel wonen en vermengden zich met de lokale bevolking.

Het middenkanaal van de plantage werd door deze Chinese arbeiders verbreed en verdiept zodat het beter geschikt werd voor de scheepvaart. Dit z.g. "gouvernementskanaal" was de belangrijkste verbinding tussen Coronie en de rest van de wereld.

Het verkeer met de buitenwereld werd onderhouden met kleine zeilboten / kotters. Door de vlakke, modderige kust was het voor grotere boten niet mogelijk de kust van Coronie te naderen. De kleine boten konden de produkten van de plantages ophalen of hun produkten uitladen, door de sluiskreek van een der plantages binnen te varen. Belangrijk voor de scheepvaart is altijd geweest het Totness-kanaal, terwijl vroeger ook het kanaal van Sarah Leasowes, Clyde, Salem belangrijk was.

Grotere boten die vracht of passagiers vervoerden naar of van Coronie moesten mijlen ver in zee blijven liggen, waar lading en passagiers werden overgeladen in kleinere roeiboten, die de sluiskreken konden binnenvaren. Dit zal vooral voor de passagiers geen onverdeeld genoegen zijn geweest, want in volle zee, op de dobberende golven, overstappen in een klein bootje en daarna in de brandende zon of in stromende regen naar de kust varen, vervolgens door het kanaal naar binnen is beslist geen sinecure. Een tocht die soms uren duurde. En dat vergezeld van miljarden muskieten, vooral als de tocht 's nachts plaatsvond.

Broeder H. Weiss van de EBG-gemeente bezocht Coronie in 1914 en verhaalt over de reisomstandigheden :

".... Toen werd 't anker uitgeworpen. Voor de kust van Coronie liggen groote modderbanken, die 't den schepen onmogelijk maken, vlak bij land te komen.

Donker was de nacht. Slechts nu en dan verlichtte een bliksemstraal 't bruingele water en de wouden vóór ons. De boot werd in 't ondiepe water heen en weer geslingerd. De regen stroomde neer. De boodschap was nu maar: geduldig wachten, tot we afgehaald werden. Eindelijk bemerkten we een licht in de verte, dat steeds naderbij kwam. 't Was een vrij lange visscherssloep, die aan stuurboord aanlegde. De sloep werd voortdurend op en neer geworpen en bonsde met regelmatige tusschenpozen tegen onzen scheepswand. Eerst moesten nu de goederen voor Paramaribo bestemd, uit de visscherssloep aan boord gebracht worden. Wij zien geduldig toe. 't Werkje duurt zowat een uur.

Dan klinkt het : passagiers eerste klasse instappen ! Ik ben de eerste die het schip verlaat. Op een ogenblik, dat de golven de sloep tot bijna ter hoogte van 't dek onzer boot opheffen, waag ik den sprong .... .... Eindelijk is alles in de sloep : kisten, koffers, pakjes, trommels, vruchten — menschen. Dicht op elkaar gepakt zit men, naast en op elkaar, en nu begint de veelbesproken nachtelijke tocht. Na een goed half uur bereiken wij den mond van het kanaal. Langzaam, als 't ware vermoeid, glijdt ons vaartuig door de vaargeul tusschen laag struikgewas. 't Is hier alles aangeslibd land.

Wij hebben onze muskietensluier omgehangen. Zij die niet zoo gelukkig zijn, trachten met de handen hun huid te beschermen. De bootslui beginnen nu den strijd tegen muskieten en mampieren.

In een grooten ijzeren pot brandt men den bast van kokosnoten ; de bijtenden rook dringt ons in den neus, maar schijnt werkelijk de muskieten op een afstand te houden. Onze boot vaart steeds langzamer. 't Kanaal wordt voortdurend smaller.

We merken eindelijk niet meer, dat we vorderen, en geven er de voorkeur aan, boot en bemanning goeden dag te zeggen en te voet onzen tocht voort te zetten. Bij vieren waren we te Totness....
"

In de jaren '40 en daarna werd Coronie uit zijn isolement verlost, door de Saramaccaweg door te trekken naar Boskamp en aan de Coronie-zijde de verbinding tot stand te brengen tussen Jenny aan de Coppename en de bestaande weg naar Totness. Aan de Westzijde werd in de jaren '60 een landverbinding aangelegd, die de oude weg van Coronie verbindt met het wegennet van Wageningen en Nieuw-Nickerie. Men kan nu dus van Coronie per auto rijden naar Paramaribo of naar Nickerie en men is niet langer overgeleverd aan de ontberingen van de zeereis.


suriname . NU  naar boven



©  Sun & Forest Tours Suriname N.V.   




The best Suriname tour experience money can give you
www.tourgids.com

tour suriname sun and forest  De beste tour informatie




suriname tours toerist